Lisa in LaLaLand

< Back to news

JEZUS

Press contact:
Lisa Gritter
contact@lisainlalaland.com

OFFERLAM

Het was Goede Vrijdag en tijd voor een goede kruisiging. Na een maand van sobere geheelonthouding greep ik terug naar de fles. Hello darkness my old friend. Mijn oude vriend alcohol en ik herenigden voorzichtig met twee portjes thuis, om op te warmen. In de bar was het al snel alsof we elkaar eigenlijk nooit uit het oog verloren waren. Een bier of tien verder, om het vol te houden, stapte ik over op wodkashotjes, om het vast te houden. We eindigden ons weerzien met whisky. Niet omdat ik daar zin in had, maar omdat ik nou eenmaal geen coke snuif en toch mee wilde blijven doen. De kruisiging voltooide zich rond zeven uur in de ochtend waar ik een aardige jongen, in een verwoede poging de eenzaamheid nog wat uit te stellen, als een warme deken tegen mij aan liet slapen. Bij het ontwaken was hij verdwenen. Misschien was het de geur van mijn oksels of ochtendadem, maar misschien ook de strenge regels die in mijn bed gelden: no funny bussiness. Boxershorts blijven aan en handen blijven boven de deken. Intimiteit is nou eenmaal moeilijk te veinzen als je al een tijdje zonder moet.

In de woonkamer vind ik een lege fles Maker’s Mark, een onopgerookte joint en een vloetje met een Italiaans telefoonnummer erop. Ene Stefano wil dat ik hem bel, ik wil alles vergeten. Dus trek ik de sprei van het bed, vorm mezelf tot een pretzel op de bank en kijk achtentwintig uur Netflix, afgewisseld door korte slaapjes en bizarre halfdromen waarin ik een baby op een harde stoep zie vallen, bijna verdrink in een onderzeeboot en mijn slaapkamer een boomhut is. Ik bestel een pizza, maar lig te slapen als de bezorger komt. Hongerig en misselijk tegelijk laat ik de dag, avond, nacht en de volgende ochtend tot vrij diep in de middag als een timelapse aan me voorbijtrekken. In plaats van pizza eet ik acht paracetamol tegen de barstende koppijn en eindig de tweedaagse kater met een oxazepam tegen de opborrelende na-paniek.

Alcohol is als die ene jongen waar je steeds  naar teruggaat. Je weet dat het geen goed idee is, dat hij je pijn gaat doen, dat je morgen spijt hebt. Maar elke keer ga je terug, want het voelt zo goed. Je kent elkaar, hij weet wat jij lekker vindt en je kan zo goed lachen samen. Je belooft jezelf nooit meer en wekenlang kan je prima zonder, tot hij ineens voor je staat en je de verleiding niet kan weerstaan. We kunnen toch gewoon vrienden zijn? De kater ben je allang vergeten, de pijn, de ellende, de ontzettende spijt. Dus schenk je nog eens bij.

Na anderhalve dag ontbinden, verlaat ik mijn graf op de bank, was de stempel van mijn pols en de rook uit mijn haren. Uit de dood herrezen begin ik met goede moed weer aan het leven. ‘Biertje doen?’ vraagt mijn telefoon. ‘Nou, eentje dan’, stuur ik terug.

Ad fundum.