Lisa in LaLaLand

< Back to news

Press contact:
Lisa Gritter
contact@lisainlalaland.com

EXISTENTIEEL

Ik ben vierendertig en woon in Amsterdam, in mijn eigen koophuis in Noord. Jeweetwel, één van de twintig most upcoming neighbourhoods in de wereld, volgens een Facbookpost die vorig jaar op mijn wall circuleerde.  Het huis is slechts een benedenverdieping, maar met tuin, ligbad, was- droogcombinatie en een volwassen formaat afwasmachine. Ingericht met een mix van vintage en Ikea, in de kast een verzameling LP’s, in de hoek een gitaar en een oud jaren tachtig Casio keyboardje. Aan de muren schilderijen, illustraties, een reeks Polaroids van mijn laatste verjaardagsfeestje en ingelijste vinylhoezen.

De hypotheek en de met halloumi, gevulde paprika en flessen wijn gevulde koelkast financieer ik met mijn eigen bedrijf in Marketing & PR. In de muziekindustrie. That’s right, ik werk met bands, artiesten, muzikanten, platenlabels, boekingsagenten en poppodia. Er is geen backstage die ik niet van binnen heb gezien, geen festival waar ik niet ver weg van de betalende bezoekers bier uit glas of gratis blikken uit de koeling van een kleedkamer heb gedronken. Ik heb een tas vol 0,- euro tickets en backstagebandjes, souvenirs van mijn rock ’n roll lifestyle en een hoofd vol anekdotes. Zoals die ene keer dat Danko Jones op een persdag in het American Hotel bijna ruzie kreeg met een journalist, die keer met die huilende meisjes op een meet & greet met All Time Low, die keer met Joss Stone op het strand, toen ik met mijn zus backstage bij North Sea Jazz binnen vijf minuten Questlove (wat is ‘ie cool!) en John Legend (wat is ‘ie klein!) zag, toen de gitarist van Nothing zijn levensverhaal kwam doen in mijn aftandse Ibis hotelkamer en ik zó moe was dat ik er niets van begreep, of die keer dat de zanger van Sleaford Mods een prachtig betoog hield over feminisme in enige gaybar in Utrecht.

Had ik overigens al verteld dat ik geboren ben in Ruigoord, dat is altijd een kicker. Jawel, geboren en getogen in het illustere hippiedorp waar ik mijn tijd inderdaad doorbracht met kampvuren maken onder het genot van djembégeluiden en de geur van zelf geteelde wiet. In het circus, Kindercircus Ruig Tuig, had ik onder meer een hoelahoep-act met mijn zus, was ik een kikker die tot prinses getoverd werd en leerde ik koorddansen en op een eenwieler fietsen. Mijn halve familie bestaat uit kunstenaars en mijn buurvrouw was een vuurspuwster. Wat een pracht! Wat een praal! Wat een Pinterestwaardig leven! Waarom voel ik me dan zo onnoemelijk, godvergeten, niet te harden, kut?

Ik kan me met de grootste moeite niet herinneren wat er ook alweer zo leuk was aan de dingen die ik altijd leuk vond. Ik heb de liefste familie van Nederland, een Whatsapp vol berichten van trouwe ouwe en geweldige nieuwe vrienden, te gekke collega’s en fantastische kennissen, 1016 Facebook vrienden en voel me toch vaker tergend eenzaam dan geliefd. Ik ben niet dun, ook niet al te dik, niet overdreven mooi, absoluut niet lelijk, best wel intelligent, grappig, zelfstandig, niet verlegen. Ik dans niet vreselijk raar, kan best lekker zingen, best lekker schrijven, krijg genoeg complimentjes en heb over aandacht van de mannen nooit hoeven klagen, al waren jullie wel eens klootzakjes. Maar; pot, ketel, verwijten. Etc.

Geen zichtbare afwijking of handicap, reuma onder controle, wat extra vet van de vele jaren bier en pizza, maar met behoud van volle lippen, goede tieten, een lekkere kont en een huid zo zacht als het fontanelletje van een pasgeboren baby. Geen grote trauma’s, geen mensen dichtbij verloren die niet al oud en op waren, meer harten gebroken dan vice versa en een jeugd zo gelukkig als een gemiddelde Pipi Langkous aflevering. Toch zit ik hier, op die Ikea bank in dat prachtige huis, voor me uit te staren. Lusteloos as fuck. Nergens zin in, maar met een verontrustend groot verlangen naar… iets.

Iets om me weer tot leven te wekken. Iets dat zinvol voelt. Een last van m’n schouders, een nieuwe manier van naar de wereld kijken die me niet vol angst en zenuwen pompt. Een ontlading, een verlossing, een antwoord. Een godvergeten redding. Maar. Het. Gaat. Zo. Langzaam. Met de snelheid van een dwergzeepaardje (16 m/h) beweeg ik me richting iets wat beter zou moeten heten. Yoga, mindfulness, meditatie, rust, regelmaat, wandelen, zwemmen, de natuur in, schrijf het van je af, ff lekker niks doen, Netflix & Chill, tuinieren, geheelonthouding, wiet roken, geen wiet roken, vechten tegen de tranen, de tranen rijkelijk laten vloeien, praten, er even niet aan denken, vallen, opstaan, vallen, opstaan, vallen, opstaan…ik probeer alles. Minstens drie keer. En zal verslag doen. Niets zo louterend als een blog over je #struggles, me dunkt. Dus hou me in de gaten. Next week in Confessions of An Existential Dramaqueen; meer van dit. TO BE CONTINUED.